Diversiteit is een hot issue in film- en televisieland. Hoog tijd dat Nederlandse makers hierin een voorbeeld nemen aan Engeland en Amerika, vindt journalist en mediadeskundige Mirjam Groen.
De organisatie van de BAFTA’s, de belangrijkste Britse film- en televisieprijzen, kondigde vorige maand aan dat alleen films en televisieseries die aan bepaalde diversiteitseisen voldoen in aanmerking komen voor een award. Er moet zijn nagedacht over kleur, gender, lichamelijke beperkingen, sociale klasse, leeftijd en regionale verschillen, anders kunnen makers die prestigieuze BAFTA wel op hun buik schrijven.
Hoe zit dat eigenlijk in ons land? In de Nederlandse film- en televisiewereld worden nergens concrete eisen aan producties gesteld, maar bij het Filmfonds, waar makers subsidie kunnen aanvragen, moeten producenten sinds 2017 wel aangeven hoe hun beoogde project invulling geeft aan diversiteit. Toch zien we daar nog niet heel veel van terug. Als je bijvoorbeeld naar het huidige aanbod van Nederlandse series kijkt, hebben meeste producties nog steeds een overwegend witte cast, met voor de afwisseling een of twee gekleurde acteurs.
Een positieve uitzondering is Dit zijn wij, de Nederlandse remake van This Is Us, met een diverse cast en thema’s als racisme en lichaamsbeeld. En in Hoogvliegers (vanaf januari op tv) is een van de drie jonge straaljagerpiloten een vrouw van niet-Westerse afkomst. Tot zover de lichtpuntjes. Daartegenover staan series als Meisje van Plezier en Keizersvrouwen, die zich allebei afspelen in de escortindustrie. De hoofdpersonages zijn zogenaamde ‘sterke’ carrièrevrouwen, maar ze lopen wel rond in een wereld vol halfnaakte stoeipoesjes, die belaagd worden door machtige mannelijke roofdieren. Het is een ergerlijk en denigrerend beeld dat we al honderdmiljard keer gezien hebben.
Kunnen makers nu echt niets beters, en originelers, verzinnen dan het aloude sex sells?
SEKSUELE INTIMIDATIE
Nee, dan de Verenigde Staten, daar waait een frisse wind door fictieland, zeker op het gebied van vrouwenrollen. De ene na de andere écht sterke, onafhankelijke vrouw wordt daar het doek op geslingerd. Zo werden we alleen al de afgelopen paar jaar getrakteerd op vrouwelijke powerhouses als Captain Marvel, de vrouwelijke rebellen in Star Wars en June in The Handmaid’s Tale.
Onlangs kwam daar Hailee Steinfeld als de opstandige schrijver Emily Dickinson (in Dickinson) bij, en Jennifer Aniston en Reese Witherspoon schitteren als tv-presentatoren in The Morning Show, een serie die seksuele intimidatie in de televisiewereld aankaart. Witherspoon, tevens een van de co-producers van de show, was er wel op gebrand dat beide kanten van het verhaal naar voren kwamen. “Het is niet slechts een praatgroepje van vrouwen die het over #MeToo hebben, want het is nodig dat er ook mannen naar de show kijken” vertelde ze eerder deze maand aan The Guardian. “Echte verandering vindt immers pas plaats als diegenen die aan de macht zijn dat accepteren.”
De film Bombshell, nog zo’n grote release met grote namen (Nicole Kidman, Charlize Theron en Margot Robbie), die vanaf begin volgend jaar in de bioscoop draait, behandelt een vergelijkbaar thema.
Wat betreft personages van kleur is de VS eveneens een kartrekker; een steeds groter deel van de acteurs heeft een niet-witte achtergrond, zodat die kleur er steeds minder toe gaat doen. Tegelijkertijd is het dus belangrijk dat verhaallijnen soms juist wél over seksisme of racisme gaan (of een beperking, of leeftijdsdiscriminatie), om te laten zien wat het met mensen doet die ermee te maken krijgen.
GEFORCEERD
Is dat afdwingen van meer diversiteit in films en series niet te geforceerd? Zeker niet, meent Geena Davis. In 2004 richtte de Hollywood-actrice het ‘Institute on Gender in Media’ op en sindsdien doet ze onderzoek naar hoe meisjes en vrouwen in Amerikaanse media verbeeld worden. “Fictieve verhalen hebben een enorme invloed”, legt ze in een interview met CBC uit. “Als je een personage dat op jou lijkt behandeld ziet worden als eye candy in plaats van dat ze inspirerende dingen doet, krijg je als vrouw een duidelijke boodschap: jij bent niet waardevol en geen gelijkwaardige deelnemer aan de maatschappij. Andersom geldt dat ook.”
Davis geeft concrete voorbeelden van de impact van fictie op de werkelijkheid. Zo nam na The Hunger Games het aantal meisjes dat op boogschieten wilde in de VS met 105% toe en is ‘het CSI Effect’ inmiddels een begrip, verwijzend naar de gigantische toename van vrouwelijke forensische onderzoekers sinds CSI en soortgelijke series. En check vooral eens #WhatBlackPantherMeansToMe op Twitter, om te zien wat deze film betekent voor de zwarte gemeenschap.
Rolmodellen zijn belangrijk en een origineel, modern personage is zoveel inspirerender en verfrissender dan een uitgekauwd cliché. Nu Nederland nog. Het wordt hoog tijd dat makers andere, actuelere verhalen gaan vertellen.
