Waddensprookje


Into the Great Wide Open wordt officieel een festival genoemd, maar de zesduizend bezoekers die afgelopen weekend op Vlieland waren weten wel beter. Noem het een kunst- en cultuurbelevenis, een natuurspektakel of een eilandavontuur, maar ‘festival’ dekt de lading gewoonweg niet. 

Laat ik het op een waddensprookje houden.

Op het moment dat je op die boot stapt in Harlingen, die veerboot die er ruim anderhalf uur over doet om bij Vlieland aan te komen, betreed je een andere wereld – een parallel ITGWO-universum. De eerste vrienden en bekenden staan al snel voor je neus, welke boot je op vrijdag ook neemt. En aangezien de optredende artiesten ook gewoon met de veerdienst naar het eiland moeten, staat er altijd wel één naast je bij het buffet met een broodje kaas en als je geluk hebt speelt ‘ie ook nog spontaan een liedje op het bovendek. Aangekomen bij de kade in het haventje van Vlieland staan andere festivalgangers je vrolijk toe te zwaaien en eenmaal uitgestapt is iedereen vol verwachting van wat komen gaat.  

Bij de fietsenverhuur in het dorp is het een vrolijke chaos, maar al snel (en met hulp van de fietsverhuurders van buureiland Terschelling) is iedereen voorzien en kan het eiland verkend worden. Want ITGWO is geen jaar hetzelfde. Wil er bij andere festivals nog weleens een tent van locatie veranderen of het ene eettentje worden ingewisseld voor het andere; bij ITGWO is het ieder jaar weer een verrassing wat zich waar bevindt. Het hoofdpodium op het sportveld en kloppend festivalhart de Bolder op camping Stortemelk lijken de enige constante factoren van het festival, dat jaarlijks van gedaante wisselt. 

Dit jaar viel er veel nieuws te ontdekken. De nieuwe ingang van het sportveld bijvoorbeeld, die je door een stukje bos leidde voordat je op het open veld kwam. Ook de locatie van het bospodium was iets verschoven en werd nu begrensd door hoge heuvels waar aan dennenbomen hangmatten schommelden.


Kolder, het kinderprogramma van het festival, was, nadat het vorig jaar op de bosrand van het sportveld was neergestreken, terug op camping Stortemelk, deze keer bij de strandopgang naast de Bolder. Je kon er rommelbots maken die afval opruimen of je eigen mini-solarbootje ontwerpen.

Ook het strand was dit jaar het domein van de jongste festivalgasten. Wie de steile klim over het duin maakte, ontdekte een enorm skelet dat werd samengesteld door botten die je in het zand kon afgieten. Met zelf ontworpen sporen kon je je eigen voetafdrukken achterlaten over het hele eiland en in het Kakofonie Kafé kookte je soep van door jou samengestelde Vlielandgeluiden, waarna je die zittend in een grote soepkom kon beluisteren. De timmer- en schroeflust kon worden bevredigd met het bouwen van een eigen waterglijbaan. 

De hele oostkant van Vlieland staat dat ene weekend in september in het teken van ITGWO, waarbij festival en eiland één worden. Bij Podium Vlieland in de Dorpsstraat is een filmprogramma voor groot en klein, in de kerk zijn bijzondere optredens en op donderdagavond openden dorpsbewoners hun deuren voor festivalbezoekers om samen te eten, drinken, te discussiëren en naar muziek te luisteren. Bij voorgaande edities vonden in de tuin van restaurant Armhuis optredens plaats die ook toegankelijk waren zonder festivalbandje (onder anderen van een toen nog amper bekende Jake Bugg) en de akoestische sessies van VPRO’s 3voor12 nemen een speciale plek in. Deze mini-optredens worden op de meest uiteenlopende locaties opgenomen: de kade bij de haven, de waddendijk, een douchegebouw op de camping, het strand. Een van de meest memorabele sessies van dit jaar vond plaats met Daniel Romaro op de immense zandvlakte de Vliehors, een militair oefenterrein dat ook wel de ‘Sahara van het noorden’ wordt genoemd. 

Het is niet verwonderlijk dat de artiesten zelf ook niet weg te slaan zijn van het festival. Ben Howard vroeg specifiek om een optreden op Vlieland, Typhoon is al vaker geweest en Erlend Øye was er dit jaar zelfs voor de vierde keer.

Op ITGWO vormen bezoekers, eilanders en artiesten één gemoedelijk geheel. Ze zien elkaar bij de vreugdevuren ’s nachts op het strand of in het restaurant van de Bolder, waar menig avond eindigt met een dansje op de tafels waaraan eerder die dag nog pizza’s werden geserveerd. En op welk ander festival kun je een lange dag afsluiten in een duinpan onder een sterrenhemel, terwijl in de verte de lichtstralen van de vuurtorens van Vlieland, Terschelling, Texel en Den Helder de gitzwarte hemel ritmisch doorklieven?

Magisch.

Wie Into the Great Wide Open voor het eerst ervaart, wordt geraakt door de liefde en de zorgvuldigheid waarmee het festival is bedacht en opgebouwd. Het zijn de kleine details, zoals bijvoorbeeld de van houten planken gemaakte fietsenstallingen, lantaarnpalen en stellages, zodat ze deel uitmaken van de natuur in plaats van die te verstoren. Diezelfde planken duiken her en der weer op in gerecyclede tuinhekken van de eilandbewoners, waardoor het festival inmiddels permanent zijn stempel op Vlieland drukt. 

Toen ik in 2011 voor de eerste keer op het festival was, fietste ik op een avond in het pikdonker richting het bospodium (toen nog bij de ijsbaan aan de noordkant van het dorp), het schelpenpaadje slechts verlicht door de koplamp van mijn fiets. Op de route ernaartoe werd ik verrast door meerdere kunstinstallaties, die me verleidden af te stappen om die geheimzinnige lichtjes van dichtbij te bekijken. Eenmaal bij de boslocatie aangekomen, wezen lantaarns me de weg en vond ik verscholen tussen de bomen een klein podium. Wie er stond te spelen weet ik niet eens meer, wel dat ik totaal betoverd was door de muziek in combinatie met de locatie en de energie die tussen die naaldbomen hing.

Dit jaar had ik een vergelijkbare ervaring. Een op zichzelf al prachtige fietstocht in de schemering bracht me op een afgelegen, voor mij onbekende plek waar ik in de verte een toren zag opdoemen en even later het nieuwe Fortweg-podium, majestueus omringd door duinen. De toren bleek – naast lichtmast – dienst te doen als overdekte glijbaan, die gretig werd beklommen door de jongste festivalgangers, terwijl 50 meter verderop Neneh Cherry optrad. De muziek was in harmonie met de mensen, de mensen met de natuur, de natuur met de muziek. 

Als je je ervoor openstelt, kun je er diep ontroerd door raken, dat waddensprookje. Het is een bijeenkomst van zesduizend lucky bastards. En ze leefden nog lang en gelukkig. 


Plaats een reactie